George de Haan, 71 jaar en nog steeds 'kicking & alive'.

 George de Haan, voormalig lijsttrekker van de 65pluspartij (Ede), voelt zich nog steeds zeer geroepen om zo nu en dan zijn kritische mening en zijn creatieve ideeën voor een betere lokale Edese samen-leving te geven. Door niet in de Gemeenteraad te zitten kan hij dat frank en vrij in zijn Nieuwsbrieven uitdragen.

Lokale Edese media zijn slaafse volgers van een archaïsche en monistische bestuurscultuur. Onderzoeks-journalistiek en kritische interviews tref je in Ede dan ook zelden aan. Brave verslaglegging daarentegen des te meer.

Volgens Jan Terlouw zouden we met een ouderwets touwtje uit de brievenbus terug kunnen keren naar een betere samenleving, waarin we (zoals vroeger) meer vertrouwen in onze medemens stelden. Vanuit de Vereniging '65plus' denken we daar toch wel anders over, omdat we in deze moderne tijd assertiever in het leven moeten staan. Onze bovenstaande 'Gelukkig Nieuwjaar-Wens' is dus een nostalgische persiflage.

George de Haan:     

Niet in de Raad, maar nog wèl paraat!

=============================================================

Nieuwsbriefnr. 11: 7 januari 2015

  Het kan verkeren

De paradox van de babyboomer: van profiteur tot slachtoffer.

 

An inconvenient truth

Volgens Bernard van Praag en Henk Hemmers (VK van 7 januari j.l.) zit Henk Krol (van 50Plus) met zijn mantra, dat het netto-besteedbare inkomen van de 65plusser het afgelopen decennium met maar liefst 20% is gedaald, er niet ver naast. In 2000 ben ik (op eigen kosten) met vervroegd pensioen gegaan. Sindsdien werd ik (als een van de oudste babyboomers; geboren in februari 1945) achtervolgd met verwijten, dat ik ‘maar sterk had geprofiteerd van de naoorlogse welvaartsstijging in Nederland’. Gelukkig kantelde dit beeld met de komst van Henk Krol in de nationale politieke arena, want nu ben ik als gepensioneerde een verklaard slachtoffer van geldinflatie, en sterk dalende koopkracht. Hetgeen Van Praag en Hemmers ook nog eens bevestigen.
Dat ik als babyboomer ten opzichte van jongere generaties voordeel heb genoten wil ik niet ontkennen, maar om mij nu anno 2015 slachtoffer te moeten voelen gaat mij beslist te ver. Nee, ondanks de grote financiële verliezen die ik (als zelfstandig ondernemer) in het verleden bij het opbouwen van een pensioen in eigen beheer heb geleden, klaag ik niet! Ook niet nadat ik in 2013 en 2014 (t.o.v. 2012) 4% netto-inkomen verloor aan nieuwe fiscale maatregelen. Nee, ik vind mijn financiële status nog steeds in balans. Tja, soms valt het in het leven mee, en soms valt het tegen. Soit!
Dat gepensioneerden (met Krol als woordvoerder) daarentegen moord en brand schreeuwen, vind ik een gotspe! Want waar staat geschreven dat bedrijfspensioentrekkers tot aan hun dood het volste recht hebben op een inflatievrije uitkering? Of, dat een Overheid geen maatregelen mag treffen, waarbij (ook) gepensioneerden financieel nadelig worden getroffen? Hoe solidair mag het bij de herverdeling van netto-inkomens tussen leeftijdsklassen in Nederland (niet) zijn?
De Amerikaanse topeconoom Robert Reich toonde ons (VPRO, 4 december 2014) in de documentaire 'Inequality for all' een 'an inconvenient truth'... waarbij ons duidelijk werd gemaakt, dat in de westerse geïndustrialiseerde wereld de Middenklasse (qua besteedbaar netto-inkomen) al meer dan 20 jaar 'on hold' is gezet. Ditzelfde beeld nu herken ik bij mijn eigen kinderen (allen geboren in de zeventiger jaren van de vorige eeuw). Op hen ben ik daaromtrent niet jaloers. Dus wat heb ik dan als welvarende gepensioneerde babyboomer (mede dankzij een royaal AOW-inkomen) te mekkeren?!

Voor meer informatie over Robert Reich e.a.:
http://www.dewereldmorgen.be/blog/dirkvanduppen/2014/12/31/doc-inequality-for-all-van-robert-reich-is-an-inconvenient-truth-van-de-ongelijkheid

=========================================================

 Nieuwsbriefnr. 12: 29 januari 2015

 Waar of niet waar?

De Volkskrant, waarin een ANP-bericht voor zoete koek is aangenomen.

Tegenargument 0.
Op 24 april 2013 was Wouter Bos in de kantine van het Edese Raadhuis te gast bij een ‘PvdA-zorgdebat’. Hij vertelde dat de gezondheidszorg in Nederland binnen Europa niet alleen de beste, maar ook de duurste was. Zijn stelling was, dat als een goede voetballer veel mag verdienen, een goede medisch specialist dat dan ook mag. Bij dit al erkende hij wel, dat er in Nederland snel iets moest worden gedaan aan de vele “perfide prikkels”. Met dit laatste beoogde hij alvast de komende veranderingen en bezuinigingen (vanaf 1 januari 2015) op de Nederlandse zorgmarkt te verdedigen.

N.B. Dat Wouter Bos zo'n pleidooi hield ten fafeure van medisch specialisten was op 24 april 2013 toch een beetje genant. Op dat moment wist Nederland al dat Bos topbestuurder bij een Academisch Medisch Centrum in Amsterdam zou gaan worden. Met Prof. Piet Muntendam had ik in 1981 over de beloning van medisch specialisten ook een discussie. Zijn mening was, dat de beroepsverantwoording van medisch specialisten te vergelijken was met die van een ingenieur die verantwoordelijk wordt gesteld voor een voor mensen veilige constructie van een spoorbrug of een wegviaduct.

Tegenargument 1.
Naast de Zweedse denktank HCP (ref. bovenstaand Volkskrant-artikel) heeft het onafhankelijke bureau Numbeo (de grootste crowdsource ‘cost of living’ database ter wereld) ook een healthcare index. Deze is gebaseerd op “Hoe modern de apparatuur is, de snelheid van de zorg, de competentie van het personeel, de gastvrijheid in zorginstellingen en de kosten van de zorg (zwaarwegend)”. In deze index komt Nederland pas op de 44e plaats wereldwijd, onder USA, tussen Letland en Tsjechië en net boven India en Koeweit - om maar een paar middelmatige landen te noemen.
Is de ranking van Numbeo daarmee dan wèl feilloos? Geen idee - maar plek 44 klinkt alvast beduidend realistischer dan de toppositie waar het door de EU omarmde Zweedse HCP mee komt, en die klakkeloos overgenomen wordt door alle op ANP geabonneerde luie media die er blijkbaar geen enkele moeite mee hebben om hun lezers aperte nonsens voor te schotelen.
Uit onderzoek van Numbeo blijkt dat Japan de beste gezondheidszorg ter wereld heeft. Nederland moet maar liefst 43 landen voor zich dulden op de ranglijst. De top vijf van de wereld bestaat uit Japan, Bahrein, Taiwan, Frankrijk en Thailand. De landen met de slechtste gezondheidzorg zijn juist Honduras, Azerbeidzjan, Mongolië, Irak en Vietnam.       

Top 10 van de landen op de wereld met de beste gezondheidszorg.

Hoe kan het, dat uitgerekend een derdewereldland als Thailand zo hoog staat? Het Aziatische land kent uitstekende private ziekenhuizen, die voor relatief weinig geld de beste artsen en een vijfsterrenluxe bieden. Westerse zorgtoeristen komen er daarom graag.
Nederland eindigt met een beschamende 44e
plaats vlak achter Tsjechië, Albanië en de Verenigde Staten. Vooral de inefficiëntie en hoge
kosten lijken ons land te nekken.
Europees gezien is de Nederlandse zorg de
nummer 17. Frankrijk, Malta, Denemarken,
Oostenrijk, Cyprus en België zijn de koplopers
in ons werelddeel.

Bron: http://www.numbeo.com/health-care/rankings_by_country.jsp

Tegenargument 2.
De Nederlandse zorg is de op-een-na duurste ter wereld (ref. internationale vergelijking van de OESO). In de VS is de zorg nog een stuk duurder. Inmiddels besteden we er 15,4 procent van ons bbp (bruto binnenlands product) aan zorg, waarvan ongeveer 1,5 procentpunt uit eigen zak komt. In geen enkel ander land betalen burgers zo weinig zelf.
N.B. Uiteindelijk betalen we natuurlijk alles zelf - via de premies en belastingen.

Een tweeverdienend gezin van 1,5 keer modaal betaalt nu ongeveer 11.500 euro per jaar aan zorg. Dat is een kwart van het hele huishoudinkomen. Op de volgende pagina rekent het CPB in Figuur 1.2 de kosten voor huishoudens nu en in de toekomst door. Wel is het belangrijk om onderscheid te maken tussen de ziekenzorg (cure) en de langdurige zorg (care). Onze cure is niet bijzonder duur - we zitten rond het gemiddelde van de OESO (de club van rijke landen). Nederland heeft relatief ‘Ons bin zunig’ (Medisch Contact) gezien zelfs de minste artsen van Europa. Met uitzondering van het knippen van de amandelen
wordt hier ook weinig geopereerd.
De care (voor ouderen en gehandicapten) is daarentegen de duurste ter wereld en de kosten ervan stijgen nergens zo hard als in Nederland. De oorzaak is eenvoudig: relatief veel ouderen, gehandicapten en geesteszieken leven hier in instellingen. De langdurige zorg is ruimer en toegankelijker dan in andere landen. In een brief legt staatssecretaris Martin van Rijn uit hoe hij de langdurige zorg wil hervormen.

Bron: https://decorrespondent.nl/164/Watkost-de-zorg-/6304980-a8533cec

Tegenargument 3.
In Nederland gaat 11,8% van het bruto binnenlands product naar de zorg. De zorgkosten van Nederland zijn hierdoor het hoogst van Europa. In Oost- en Zuid-Europa blijkt het percentage van het bbp dat naar de zorg gaat veel lager te zijn dan in Nederland. Zo wordt er in Spanje 9,3% van bbp aan de zorg besteed
en ligt dit percentage in Polen op 6,8%. Dit is gebleken uit onderzoek van OESO en de Europese Commissie naar de zorgkosten in 2012. Ook het bedrag dat per hoofd van de bevolking aan de zorg wordt besteed is het hoogst in Nederland. Dit bedrag was in 2012 3829 euro per hoofd van de bevolking. Dit is
het hoogste bedrag in de Europese Unie. Het gemiddelde van de EU-landen ligt ‘slechts’ op 2535 euro per hoofd van de bevolking.

Bron: http://www.goedkoopstezorgverzekering.nl/zorg-nederland-duurst-van-europa/

Tegenargument 4.
De Nederlandse zorg is de op één na duurste ter wereld. Na een inhaalslag van twijfelachtige eer verslaan we volgens de nieuwste OECD-cijfers Frankrijk als Europees kampioen van dure zorgstelsels.
Nederland scoort. Ons land blijkt (weer) bij de koplopers van peperdure nationale zorgstelsels
te horen. Overzicht van wat landen in percentage van het bbp aan gezondheidszorg uitgeven.

 











Alleen het illustere en schier onbetaalbare Amerikaanse zorgstelsel hoeven we nogvoor ons te dulden, zo blijkt uit de OECD-ranglijst van zorguitgaven.

Trend stijgende zorgkosten als percentage van het bbp in Nederland.


Het is geen nieuws dat Nederland haar zorg duur betaalt. Ook bij de vorige meting in 2007 haalden we de top 3. Sindsdien steeg het deel dat we van ons bruto nationaal product aan de zorg besteedden met grofweg één procent. Een vrij spectaculaire toename, maar ook weer niets nieuws onder de zon. Dat de zorgkosten sinds 2006 de lucht in schoten (zie voorgaande CBS-grafiek) is een bekend gegeven en leidde ertoe dat minister Edith Schippers van VWS onder meer een groeiplafond van voorlopig maximaal 2 procent per jaar moest vastleggen voor de ziekenhuiszorg en besloot flink te snijden in de AWBZ. Of dat echt gaat
helpen is nog niet duidelijk, de Rekenkamer concludeerde in het rapport Uitgavenbeheersing in de zorg uit 2011 dat maatregelen om de zorgkosten te beperken in de praktijk tot dan toe weinig effect hadden.

                                                        Bang for the buck
Eerst maar even een kleine troost: ons peperdure systeem levert in ieder geval wel degelijke zorg op – ofwel, we krijgen wel bang voor al die bucks. Dit in tegenstelling tot de Verenigde Staten, dat op kwalitatief niveau op verschillende punten faalt. Volgens de Zweedse denktank Health Consumer Powerhouse is ons zorgstelsel het meest klantvriendelijk in vergelijking tot andere Europese landen. In de Euro Health Consumer Index, een door farmaceutische bedrijven gesponsord onderzoek, scoort Nederland sinds
2011 steevast de eerste plaats in een vergelijkend onderzoek tussen de zorgstelsels van Europa.
Nederland blinkt volgens de Zweden vooral uit in bereikbaarheid van de zorg voor de gehele bevolking en scoort zo goed omdat het stelsel in vergelijking met andere landen niet echt zwakke plekken lijkt te vertonen. De enige minpuntjes die genoemd worden zijn wachttijden, die zich nog steeds op een middelmatig Europees niveau bevinden, en – jawel – de hoge kosten die we maken voor onze zorg.

                                                         Waar blijft dat geld?
De grote vraag is natuurlijk waar al dat geld blijft. Dat is ook het ministerie van VWS nog niet duidelijk. De belangrijkste conclusie van de Rekenkamer in het rapport Uitgavenbeheersing in de zorg uit 2011 is dat ‘de minister van VWS over weinig inzicht in de ontwikkeling van de zorguitgaven beschikt’ – om verder te
stellen dat de minister de mogelijkheden die ze heeft om de mogelijkheden om wel inzicht te verkrijgen niet optimaal benut en haar verantwoordelijkheid voor de betaalbaarheid van de zorg niet voldoende waar kan maken. Schippers nam die beschuldiging en de later volgende motie-Dijkstra, die opheldering van de zorgkosten ten doel had, wel ter harte. Maar de situatie is nog niet veel veranderd: het ministerie werkt nog steeds aan een verklaring voor de kosten.

                                                     Olifant in de operatiekamer
Het onderzoek in opdracht van VWS richt zich volgens minister Schippers vooral op het bestuderen van de contracten tussen zorgverleners en -verzekeraars en het ontsluiten van de bij zorgverzekeraars ingediende declaraties en onderzoek naar patiëntenaantallen volumeontwikkeling per specialisme.
Allemaal zaken die te maken hebben met de grote roze olifant in de kamer: het totaal intransparante systeem van prestatiebekostiging in de zorg. Officieel is het de bedoeling dat alle verschillende behandelingen een prijskaartje kennen en dat op basis daarvan jaarlijks een hoeveelheid zorg ingekocht wordt door verzekeraars. Maar in de praktijk maken verzekeraars vooral lumpsum-afspraken of contracten
met een uitgavenplafond met zorgverleners; wat wezenlijk nauwelijks verschilt met het oude systeem van budgettering. Omdat zorgverleners het afgesproken bedrag vervolgens wel bijeen dienen te declareren via het gehekelde systeem van Diagnose- en Behandelcombinaties (DBC’s), blijft de opbouw van hun werkelijke kosten op zijn zachtst gezegd troebel.
De grote makke van het DBC-systeem – inmiddels voorzien van de toepasselijk wollige naam DBC’s Op weg naar Transparantie, kortweg DOT – is dat er bij zoveel onduidelijkheid veel ruimte is voor ‘opportunistisch declareren’ door zorgverleners. Dat bleek recent nog in het Utrechtse Sint Antoniusziekenhuis dat 24,6 miljoen euro aan teveel en verkeerd gedeclareerde zorg terug moest betalen. Gecombineerd met het feit dat zorginstellingen nu zelf verantwoordelijk zijn voor hun economisch bestaansrecht en dus een logische prikkel tot omzetmaximalisatie hebben, leidt het huidige systeem bijna vanzelfsprekend tot stijgende kosten.

Los daarvan kan minister Schippers zich natuurlijk afvragen hoeveel extra kosten het falende DBC-systeem zelf met zich meebrengt - aan ICT-kosten en arbeidsuren om maar eens wat te noemen - maar dat lijkt ze niet te doen. In een reactie op de motie-Dijkstra liet ze weten geen idee te hebben van de kosten die aan
DOT worden toegeschreven – meer woorden worden niet vuilgemaakt aan het onderwerp. Schippers brieft de kamer voor het zomerreces opnieuw over de voortgang van haar onderzoek, maar wijst er al ten overvloede op de complexiteit van het onderwerp daar grote invloed op heeft. Met andere woorden: we
hoeven nog niet te vrezen dat we onze positie als kampioen-zorgkosten-maken van Europa op afzienbare termijn weer zullen moeten afstaan.

Bron:///C:/Users/Gebruiker/Desktop/Waar%20oh%20waar%20komen%20die%20torenhoge%20zorgkosten%20toch%20vandaan%20%20-%20Follow%20the%20Money.htm

Nabeschouwing
De Nederlandse zorgmarkt is dus beslist NIET de beste van Europa, maar wèl de duurste! Hetgeen in tegenspraak is met het bericht van gisteren in de Volkskrant.                                                        


N.B. Het hiervoor geschetste beeld komt geheel overeen met hetgeen wij eerder in ons Oprichtings-Manifest (Vereniging ‘65plus’ èn de ‘65pluspartij’) van 18 april 2013 noteerden.
Dat in voorgaande tegenargumenten enkele geciteerde bronnen totaal verschillende zorgmarkt bedragen vermelden is ook eerder door ons uitgelegd. Voor betrouwbare gegevens hieromtrent is voor ons tot nu toe www.gezondheidszorgbalans.nl het betrouwbaarst gebleken. Zie ook nevenstaand overzicht. In 2014 waren de totaalkosten de 100 miljard euro genaderd.


=============================================

Zie voor meer Nieuwsbrieven in de volgende rubriek.

Ede, een Veluwse plattelandsgemeente met grootsteedse ambities. Foto: George de HaanEde, een Veluwse plattelandsgemeente met een archaïsche en monistische bestuurscultuur.