Verkiezingsaffiche Edese gemeenteraadsverkiezingen, 28 maart 2018.Op 19 maart 2014 haalden wij met de 65plus-partij in Ede niet de kiesdrempel van circa 1.250 stemmers. Maar met de bijna 900 voor-stemmers voelen wij ons achteraf moreel wèl verplicht om binnen de Edese politieke arena actief te blijven... vandaar dat we hebben besloten om op 21 maart 2018 gewoon weer mee te doen.    Samenvatting van negen Speerpunten uit ons Verkiezingsprogramma t.b.v. de Gemeenteraadsverkiezingen in Ede, op 21 maart 2018.

 https://ede.nieuws.nl/gemeente/13830/verkiezingsprogramma-65-plus-zorg-elkaar/

Concept, september 2017

Standpunten (deel 1.)

(Verkiezingsprogramma “Zorg voor elkaar”

Edese Gemeenteraad 2018-2022)

 

1. Zorgstelsel in NederlandAls we zorg blijven eisen (i.p.v. zorg vragen) zullen de nationale zorgkosten alleen maar hoger en onbetaalbaar worden.                                                                      Ons nationale zorgstelsel (w.o. Wlz, Zvw, GGZ, Mmo, WIA, WAO en WAZ), is gebaseerd op solidariteit en deels ook op private marktwerking, en (op de kosten na) het beste in de wereld. In het vooroorlogs Nederland speelde familie op 'eigen kosten' een grote rol bij de ouderenzorg. Anno 2014 kwam het erop neer, dat de ouderenzorg (ca. 18 miljard euro, onderdeel van de AWBZ) geheel voor rekening kwam van het collectief (van de belastingbetaler dus). Anno 2017 wordt van de overheid verwacht deze rol van de familie niet alleen over te nemen, maar ook uit belastinggeld te betalen. Althans als je kijkt naar wat het Manifest van Hugo Borst en Carin Gaemers (www.ad.nl) in het najaar van 2016 in Nederland teweeg bracht. “Borst schuift op een onrealistische wijze de verantwoording voor goede verpleegzorg geheel af op de overheid.” (ref. Jeroen van den Oever in De Volkskrant van 1-12-2016).

Borst kan kennelijk niet genoeg aandacht aan zijn zieke demente moeder geven en dus moet de overheid maar kosten noch moeite sparen om deze verantwoording van hem over te nemen. Het treurige hierbij is, dat Borst met zijn Manifest niet 'vraagt', maar eist! Nog treuriger hierbij is, dat een meerderheid van politici in Den Haag het ook nog met hem eens zijn, en zich door hem publiekelijk laten chanteren! Zo heeft het volgende kabinet Rutte al > 400 miljoen extra begroot voor de verpleegzorg-sector. Vooral de SP voelt zich door Borst gesteund, gelet op hun plan voor een Nationaal Zorgfonds (zònder efficiëncy-prikkels, zònder marktwerking, maar mèt Staatsziekenhuizen: https://nationaalzorgfonds.nl/manifest) nog prominenter dan eerder naar voren te schuiven. Hoe gek kun je het maken? Extra gekwalificeerd personeel (in de hoeveelheid die Borst en de SP claimen) is niet te krijgen (laat staan te betalen) en de wachtlijsten van weleer zullen terugkomen (zelfs bij de huisartsen). Ook de bureaucratie zal nog meer toenemen en het drama van niet of niet tijdig uitgekeerde Persoons-Gebonden-Budgetten (www.pgb.nl) en ook het aantal fraudegevallen hierbij, zal alleen maar groter zal worden! Het treurige bij dit al is ook, dat Borst de ouderenzorg in Nederland een negatiever imago bezorgt, dan het verdient. Dit motiveert jonge verpleegkundigen bepaald niet om voor ouderenzorg te kiezen. In 95% van alle verpleeghuizen verloopt het e.e.a. voorspoedig. Bedenk wèl, dat Nederland wat de ouderenzorg betreft ook in transitie is, maar ondanks dat internationaal nog steeds aan de top acteert. Om budgettaire redenen moet het zorgwiel hier opnieuw worden uitgevonden. Daar is niks mee.... met zelfsturende wijkteams, zoals van 'Buurtzorg' en 'Helpgewoon' (waar de praktijkmedewerker, en niet een manager, de regie heeft); met werknemers- en bewoners-coöperaties (waar het personeel + bewoners zelfstandig besluiten nemen); met technologische innovatie; met het ontbureaucratiseren van regels en de behoeften van de cliënt centraal te stellen. Vast staat dat dit soort noodzakelijke veranderingen nooit tot stand komen als dat vanuit Den Haag wordt bepaald. Alleen op lokaal gemeentelijk niveau kunnen beleidsmakers dicht bij de hulpbehoevende burger staan. Dit bespaart geld en verhoogt de kwaliteit van dienstverlening.

Om haar gelijk te krijgen fantaseert de SP er maar wat op los. Allereerst hebben zij hun Nationaal Zorgfonds door het Centraal Planbureau niet laten doorrekenen. Daarnaast beweren ze dat het basispakket aan zorg is verkleind en de premie verhoogd. Beide beweringen blijken volgens Het Zorginstituut niet te kloppen, want het basispakket is de afgelopen 10 jaar voortdurend gegroeid, zowel in stijging van de uitgaven als in vergroting van vergoedingen. Het enige dat (in de marge) klopt is, dat slaapmiddelen en paracetamol uit het basispakket zijn gehaald. Voorts eist de SP een inkomens-afhankelijke zorgpremie, terwijl deze al bestaat! Naast de gewone premie bestaat er immers ook een door de werkgever betaalde werkgeversheffing, als percentage van het inkomen. Verder zijn de eigen bijdragen Zvw en Wlz grotendeels ook inkomens-afhankelijk.De SP wil ook af van de 'eigen bijdrage'. De eigen bijdrage is van toepassing op een aantal zorgvormen die vanuit het basispakket worden gedekt. Deze bedraagt in Nederland circa 7%, terwijl (bijvoorbeeld) in België dit percentage (aan eigen bijdragen) de 20% benadert. De SP wil voorts in de verpleeghuizen flink meer handen aan het bed. Het Zorginstituut Nederland vindt dit (mede om financiële redenen) géén goed idee. In dit verband schuurt ook het 'Manifest van Hugo Borst', hij eist bijna een verdubbeling aan handen aan het bed. Anno 2015 waren de beheerskosten van zorgverzekeraars 3,8% van de totale zorgkosten versus 5,8% voor ziekenfondsen in 2005 (het laatste jaar vóór de invoering van de nieuwe Zorgverzekeringswet in 2004). De SP verzwijgt deze cijfers om haar pleidooi voor haar Nationaal Zorgfonds overeind te houden. Naar schatting zal het pakket aan wensen van Borst de overheid (dus de belastingbetaler) bijna 3 miljard extra kosten. Hoe onrealistisch kan Borst dit allemaal bedenken? Oud-chirurg Jan F. Groeneveld schreef al op 30-11-2016 in De Volkskrant dat een Nationaal Zorgfonds de consumptie van niet-noodzakelijke zorg zal doen toenemen. Eerder al (25-11-2016) bracht De Volkskrant 1.366 zinloze medische handelingen in kaart, en Groeneveld stelde: “De almaar stijgende kosten van zorg zijn het gevolg van drie oorzaken: consumptiedrang bij het publiek, behandeldrift bij de hulpverleners en mismanagement bij de overheid en ambtelijke koepelorganisaties.”

N.B. Met zo'n Nationaal Zorgfonds van de SP wordt aan de zorgverlening géén consumptie- en leverings-grenzen gesteld, mede omdat dan ook het aandeel 'eigen risico' verdwijnt. De Staat (lees de belastingbetaler) draait nu al, omdat de premie-inkomsten niet toereikend zijn, uit algemene middelen op voor meer dan 40% van alle nationale zorgkosten. Bij een Nationaal Zorgfonds zal dat alleen maar toenemen. Solidariteit kent dus zijn grenzen! Hierbij zij wel opgemerkt dat onze overheid niet helemaal vrijuit gaat. In het verleden heeft (volgens de SP en ook onderzoeks-journalisten) onze Rijksoverheid nogal gesjoemeld met zowel AWBZ-premies en ook met AOW-premies. 70 miljard aan AWBZ-premies zouden in de jaren 2001-2014 en 15 miljard aan AOW-premies (alleen al in het jaar 2008) in de pot van algemene middelen zijn verdwenen.

Ten opzichte van het buitenland gaan Nederlanders het minst naar de huisarts en verwijst de huisarts weer het minst door naar medisch-specialisten. De gemiddelde Nederlander maakt per jaar ca. 2.500 euro aan zorgkosten (huisarts, medicijnen, ziekenhuis e.d.). Inwoners van Sneek kosten zo'n 30% minder en de inwoners van Lelystad zo'n 60% meer! Waddeneilandbewoners zijn het zuinigst. In het algemeen geldt, dat sociaal sterken de minste zorgkosten hebben (ref. Onderzoeks-bureau Vektis). De totale zorgkosten in 2017 zijn circa 110 miljard, waarvan ca 65 miljard afgedekt met 'werkgever-premies', 'zorgverzekeringpremies', 'eigen risico' en 'eigen bijdragen' en ca. 45 miljard afgedekt uit publiek belastinggeld. Voor ouderenzorg werd in Nederland in 2011 ca. 16 miljard uitgegeven, In 2016 zou dat ca. 10 miljard zijn geweest,Ra,ra? Als enige verklaring daarvoor zou kunnen gelden, dat de ouderenzorgkosten t/m 2014 onder de AWBZ viel en vanaf 2015 onder de Wet langdurige zorg (Wlz). Per 1 januari 2015 werd de AWBZ in drieën geknipt. Gemeenten zijn sindsdien (financieel) verant-woordelijk voor de praktische bijstand aan thuiswonende hulpbehoevenden, de ziektekosten-verzekeraars nemen de verpleging thuis voor hun rekening en landelijk resteert de Wlz die (uit belastinggeld) hulp garandeert voor mensen die 24 uur per dag zorg nodig hebben, in veel gevallen binnen verpleeghuizen. Uit onderzoek (TNS) blijkt dat een meerderheid van de bevolking vindt dat de zorgkosten moet worden beteugeld; 73 % is vóór handhaving eigen risico, want als dat niet gebeurt gaat voor iedereen de jaarpremie met 285 euro omhoog.

Voorstaande cijfers zijn een schatting, want over de zorgmarkt zijn geen exacte cijfers beschikbaar. Vrijwel alles aan zorgkosten is versluierd, zeker in de jaarlijkse Prinsjesdagbegrotingen. Uit deze begroting is niet te halen, welke zorgkosten uit algemene middelen worden bekostigd. Eigen 'bijdragen' en 'eigen risico'-bedragen zijn nergens terug te vinden, maar dienen voor het totale kostenplaatje wèl te worden meegeteld.

Intussen is het frappant, dat de zorgpremies voor de burger in Nederland een stuk lager liggen dan in andere EU-landen. Zo liggen die in Duitsland wel 100% hoger en dient men daar ook veel meer bij te dragen aan bepaalde medische handelingen. Zelfs een gewoon intake-gesprek kost daar de burger al 80 euro. Om de jaarlijkse (wisselende) groei van 2 to 5% in de ziektekosten te beteugelen heeft onze Regering sinds 1 januari 2015 al veel zorgtaken overgeheveld naar de gemeenten. In 2014 telde Nederland 450 'zorgconcerns' met 2.000 verpleeg- en verzorgingshuizen. Om de hoge kosten(groei) bij deze instellingen te beperken werd in deze sector vanaf 1 januari 2015 sterk gesaneerd. Het aantal Verzorgingshuizen is sindsdien gehalveerd, terwijl het aantal 80plussers is verdubbeld. Waarvan dan weer het merendeel zelfstandig is blijven wonen. De zorguitgaven vertonen na 2011 een opvallende trendbreuk. De uitgaven stegen tussen 2000 en 2013 gemiddeld met 5,5% per jaar, maar in 2011, 2012 en 2013 vlakte deze groei af naar respectievelijk 2,5% en 4,3 en 2% per jaar. Deze afvlakking leverde maar liefst 12 miljard euro aan voordeel op. (Voor een gedetailleerd verslag van onze zorgmarkt in internationaal verband: lees de 'Zorgbalans-2014' van het RIVM: www.gezondheidszorgbalans.nl).

Hoewel de jaarlijkse 'Zorgbalans' van RIVM zeer gedetailleerd is, valt hieruit geen goede optelsom te maken van hoe groot onze nationale zorguitgaven zijn. Daarom zijn onze cijfers ook moeilijk te vergelijken met het buitenland. En zijn omgekeerd de cijfers uit het buitenland weer moeilijk te vergelijken met de onze. Als een professor uit Denemarken beweerdt dat in zijn land slechts 17% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) aan zorg uitgeeft, tegenover 20% in Nederland, dan valt dit moeilijk te controleren. Wel zeker is, dat Nederland (op Amerika na) de hoogste zorguitgaven als percentage van het BBP heeft (15,4% in 2012; 17,5% in 2016). Zo lukt het bij de ziekenhuis-kosten maar niet om de kosten te beheersen. Specialisten (meestal zelfstandig ondernemer!) declareren met hulp van zogenoemde 'DBC-dossiers' (DBC staat voor Diagnose Behandel Combinatie: een soort truc met codes van elke vorm van ziektebehandeling om de feitelijke medische ingreep voor de uitkerende zorgverzekeraars in declarabele kosten zo hoog mogelijk te maken.) Omdat onze Nationale zorgautoriteit (Nza) deze vorm van declareren heeft goedgekeurd mogen de Zorg-verzekeraars deze declaraties niet weigeren. Zelfs niet als deze via aparte incasso-stichtingen door de behandelende artsen anoniem worden ingediend! Uit vergelijkend onderzoek is gebleken dat gelijksoortige medische handelingen door de successieve ziekenhuizen met verschillen van soms wel 500% bij de zorgverzekeraars worden gedeclareerd. Hoe doorgedraaid kan ons zorgstelsel zijn?! Een ander opmerkelijk aspect in Nederland is, dat er geen uniforme ziekenhuistarieven zijn. Zo is een staaroperatie in het oosten van het land een stuk duurder dan in de Randstad. Pas sindskort is het de zorgverzekeraars toegestaan wat kritischer naar de zorgdeclaraties van professionals te kijken. De eerste (steekproefsgewijze) ervaringen hiermee wijzen op bewijsbare fraude. We wachten af of hiermee op termijn de zorgkosten substantieel naar beneden kunnen worden gebracht.

Van de ziekenhuizen in Nederland kun je dus bepaald niet zeggen dat zij efficiënt en kostenbewust werken. Het bewijs hiervan vinden we ook bij BUURTZORG: bedacht door Jos de Blok, die (zònder managers) zorg aanbiedt met hulp van zelfsturende teams van verpleegkundigen. Terwijl het aandeel overhead bij reguliere zorgaanbieders in de wijk oploopt naar 40% van de bedrijfslasten, is dat bij Buurtzorg slechts 8%. Marktwerking is hier dus te verkiezen boven zorgdiensten die door de overheid worden aangestuurd en gefinancierd. (Bron: www.zorgwijzer.nl, e.a.) Ook de kosten van langdurige zorg (Wlz= volksverzekering) zijn nauwelijks beheersbaar gebleken. Deze kosten worden (zoals de goegemeente denkt) niet alleen door bejaarden gemaakt, want patiënten die 24/7 intensieve zorg vereisen vind je onder alle leeftijden, van 0 – 100plus en allemaal betalen daarvoor een hoge eigen bijdrage, meestal gefinancierd vanuit een 'pgb': het PersoonsGebondenBudget, waar ca. 150.000 patiënten gebruik van maken (kosten ca. 3 miljard/j.). De patiënt kreeg ooit van toenmalige Staatssecretaris Erica Terpstra een indicatie en een zak geld om zelf aan zorg te besteden. Deze, oh zo liberale regeling had kosten moeten besparen, maar is uitgegroeid tot een drama. Een drama, vanwege de fraudegevoeligheid, een drama vanwege de bureaucratische rompslomp en een drama vanwege de vele fouten bij het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg) en de uitbetaling door de SVB (Sociale Verzekerings Bank). Bizar hierbij is, dat in de praktijk is gebleken dat de 'overheadkosten' van een gezin met een gehandicapt kind slechts 5% van het pgb-budget bedraagt, maar als zo'n kind door een zorginstelling werd verzorgd, dat dan 40% van het pgb aan overheadkosten opgaan.

Waarom de zorgkosten in Nederland (sinds de opheffing van de Ziekenfondsen in 2006) onverantwoord harder stijgen dan in het buitenland? Per 1 januari 2015 moeten de gemeenten (wel/niet gezamenlijk) jeugdzorg, langdurige zorg, AWBZ, thuishulp (Wmo) en de sociale werkvoorziening inkopen. Gemeenteraden hebben hierop nauwelijks invloed. Het zijn de verantwoordelijke wethouders die hierbij aan de touwtjes trekken. In oktober 2014 stelde de Edese wethouder Gerrie Ligtelijn-Bruins: “De verbindende factor in die wets-wijzigingen (vanaf 1 januari 2015) zijn de inwoners van Ede. Het liefst hoor ik van de inwoners persoonlijk waar ze mee te maken hebben. Of waar ze tegenaan lopen.” Deze nogal passieve instelling, waarbij de gemeente een afwachtende houding aannam om achter de zorgbehoeftes van haar burgers te komen, was bepaald niet proactief en daarom achterhaald. Anno 2017 zal de gemeente zich daarom zich zeker actiever moeten opstellen om daarmee een verplichte zorgvinger achter de deur te krijgen van de zwijgende meerderheid. Bij de volgende punten 2. t/m 5. kan de gemeente er verstandig aan doen om een actieve rol op te eisen, waarmee gelijk de voorgaande omissie kan worden goedgemaakt.

In een uitgebreid artikel in De Volkskrant van 29-12-2015 is geprobeerd een antwoord te krijgen op een stijging in nationale zorgkosten van 124% in de periode 2000-2013, terwijl omringende landen ònder de 100% bleven (Duitsland zelfs 77%). De conclusie is, dat zelfs deskundigen hiervoor geen sluitende verklaring hebben. De kosten bij ziekenhuizen, die sinds 2006 met hulp van het DBC-systeem, per handeling worden betaald, stijgen sindsdien even hard als daarvoor. Wat nou niet de bedoeling was. Overigens wèl met het voordeel, dat Nederland nauwelijks wachttijden kent (in de westerse wereld het laagst!) Een onderzoek van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) in verschillende landen leverde de conclusie op: “Er is niet één bepaald type zorgstelsel (publiek of privaat) dat kosteneffectief werkt. Alleen de financiële crisis (2008-2015) leverde enige jaren (dankzij bevroren lonen) vermindering in kosten op. Op het voorstaande bestaat een uitzondering met het 'eigen risico'. Nergens is deze zo laag als in Nederland (hier 8% en in België 20%). Ook de mate van nivellering (qua verdeling van zorglasten) staat Nederland er gunstig voor: de rijken betalen een inkomensafhankelijke zorgpremie, gaan weliswaar minder naar de dokter en besparen daarmee op het 'eigen risico', de armen daarentegen gaan meer naar de dokter, betalen dus ook meer 'eigen risico', maar ontvangen ter compensatie veelal een zorgtoeslag.

2. Bejaarden framing & bashen                                                                          Als vitale AOW-ers de problemen onder alle generaties gaan delen zal Nederland een stuk socialer worden.                                                                                                                                               Nederland gaat sinds de vorige wereldoorlog slecht om met ouderen, want jongere generaties scheppen sindsdien er een toenemend genoegen in om bejaarden op een harde wijze naar beneden te halen en belachelijk te maken, omdat ze economisch niet meer productief zijn en daarentegen de samenleving enorm veel kosten vanwege toenemende medische zorgbehoeftes. Jeugdigheid domineert in onze cultuur. De laatste tijd zijn vooral de babyboomers (geboren in de jaren 1945-1955) de gebeten hond. Dit type oudere is een machts-wellusteling (bezet zolang mogelijk de beste bedrijfsposities), is een financiële graaier (met de hoogste inkomens en de dikste spaarrekeningen) en bezit een (ooit door de Staat gesubsidieerd) eigenhuis, waarvan de hypotheek grotendeels is afgelost. Allemaal profiteurs in maxima forma, die ook nog eens bij hun pensioen de vetste aanvullende uitkeringen binnenharken!“ Met deze negatieve beeldvorming lukt het de gemiddelde bejaarde niet meer bij jongere generaties respect te verkrijgen en trekken zich veelal terug in de marge van de samenleving. Dat ex-politicus Jan Terlouw als 85plusser onlangs bij DWDD de kans kreeg zich tegen deze beeldvorming te keren mag een toevalstreffer heten en is bepaald geen gemeengoed. Van het door hem gewenste "herstel van maatschappelijk vertrouwen" tussen alle bevolkingsgroepen is sindsdien niets van terecht gekomen. In tegendeel, de wij/zij-tegenstelllingen zijn zelfs toegenomen. Waarbij niet alleen de reguliere media*, maar zeker ook Henk Krol met zijn 50plus partij (ondersteund door de PVV en de SP) een belangrijke rol speelt. Genoemde drie partijen tamboeren voortdurend dat de ouderen financieel uitgekleed worden en dat de overheid dat dient te compenseren. Helaas is diezelfde overheid slechts verantwoordelijk voor de hoogte van de AOW-uitkeringen, dus niet voor de hoogtes van de aanvullende pensioenen. De waarheid is bovendien, dat de koopkracht van AOW-ers, zelfs sinds de financiële kredietcrisis (2008), eerder is gestegen ( ca. 2%) dan gedaald. Dat laatste kun je bepaald niet zeggen van de koopkracht bij de jongere generaties, zoals gezinnen met een modaal inkomen en één werkende ouder. Zij verloren ca. 8% aan koopkracht. (Bron: Centraal Planbureau, e.a.)

* In De Volkskrant van 25-08-2016 beklaagde zich een lezer over de “Rupsjes nooitgenoeg”. In de dagen daarna werd hierop door VK-journalisten en VK-lezers flink gereageerd... met als apotheose een verslag van de VK-ombudsvrouw met de titel: “Versterkt krant cliché van rijke pensionado?” Mijn eigen reactie in De Volkskrant daarop was: “Wat 50Plus met 65-plussers beoogt, is een vileine wijze van pamperen en ze dwingen in de ouderwetse rol van 'geraniumbejaarden'. Henk Krol slaat, door 65-plussers in een slachtofferrol te duwen, volledig de plank mis. Eigenlijk is het een gotspe, dat 50Plus claimt de enige partij te zijn die ècht opkomt voor de ouderen. Het probleem van onze 65-plussers is bepaald niet van financiële aard, maar is het gebrek aan flexibiliteit en onderlinge socialiteit. Als voorzitter van de Vereniging 65plus ontmoet ik regelmatig bejaarden die vast zitten in een bepaalde modus en niet in staat zijn ook maar iets afwijkends te ondernemen. Een iets flexibeler instelling en socialer gedrag zou meer vreugde in het leven kunnen brengen....”

In 2000 was 12% van de ouderen arm, in 2011 was dat nog maar 3,3%, terwijl toen 9% van de hele bevolking arm was. Volgens het CBS (september 2016) is elke groep instromende 'nieuw gepensioneerden' welvarender dan de groep die een paar jaar eerder pensioen-gerechtigd werd. Anno 2017 is het percentage AOW-ers dat onder de armoedegrens leeft, verwaarloosbaar. Een punt is wèl, dat tijdens de kredietcrisis de pensioenfondsen weliswaar nog steeds flinke rendementen (> 8%) behaalden, maar met een totaal van 1.400 miljard in kas te weinig om daarmee de verplichtingen bij een sterk groeiend aantal gepensioneerden op termijn na te komen. In 2030 zal bijna een kwart van de Nederlanders ouder zijn dan 65 jaar, nu is dat 19% (bijna 3,5 miljoen). Terwijl in 1970 op iedere gepensioneerde 10 mensen werkten, zal dat in 2040 maar 3 of (zelfs) 2 zijn. Het bekende PME-pensioenfonds (bijvoorbeeld) beschikte in 2016 over ca. 135.000 premiebetalers, maar ca. 165.000 pensioentrekkers. Logisch dat dit fonds de laatste jaren de uitkeringen fors heeft moeten korten. Henk Krol zou dus beter moeten weten en dient voortaan uit een ander vaatje te tappen, in plaats van te roepen: “Na mij de zondvloed!” en daarmee de werkenden te laten opdraaien voor een 'pensioengat' dat steeds groter wordt! Beter is dan ook dat vooral de huidige babyboom-generatie zich solidair toont met de werkenden en daarmee kortingen op hun aanvullende pensioenen accepteren. Of dit laatste erin zit, is maar de vraag. Op 14 september 2016 kwam het tv-programma EenVandaag met een eigen onderzoek (onder 24.000 respondenten), waaruit bleek dat er m.b.t. het onderwerp 'inkomens en pensioenen' weinig solidariteit bestaat tussen “jong en oud” en dat de kloof tussen 65plussers en werkenden daarmee nog meer groeit. Werden er vroeger grappen gemaakt over teruggetrokken bejaarden "achter de geraniums", tegenwoordig is er sprake van "maatschappelijke excommunicatie": in feite "sociale doodverklaring", want je staat als oudere niet alleen maatschappelijk buiten spel, je bent ook nog eens (qua zorgkosten) een maatschappelijke last geworden. En ook hier is de waarheid anders, want de meeste zorgkosten tref jij aan onder alle leeftijden en dan met name bij hen die 24-uurs-verpleging nodig hebben. In het interview “Ouderen vinden we nutteloos” met De Volkskrant (d.d. 22-10-2016) stelt Anne-Mei The (hoogleraar 'landurige zorg en dementie'): “Hoe we omgaan met ouderdom, lijden, kwetsbaarheid, eenzaamheid, sociaal isolement is een onderschat probleem. We weigeren ons erin te verdiepen. Mensen hebben het gevoel dat ze er niet meer bij horen, niet voor vol worden aangezien en geen bijdrage aan de samenleving meer kunnen leveren. Daardoor voelen ze zich wanhopig en overbodig.” en “We moeten onder ogen zien dat aftakeling ook onderdeel is van het leven. Dat jongeren beseffen dat het ook hun gaat overkomen. We kijken nu te zeer vanuit een medische bril naar wat nodig is voor ouderen, maar dat is een beperkte blik. Een bredere, meer sociale benadering is hoognodig om het leven van mensen te kunnen verbeteren.”

N.B. Sinds de verhoging van de AOW-leeftijd (naar 65 + zoveel maanden) is het aantal 65plussers in de bijstand flink toegenomen. Seniorenorganisatie ANBO onderzocht (eind 2016) de opstelling van ouderen om zolang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen. De respondenten gaven aan, dat zij daarbij liever een betaalde mantelzorger en huishoudelijk hulp inschakelen dan een beroep doen op de vrije tijd van een familielid. Ook zijn zij liever voor een 'vrije artsen/zorgkeuze' en accepteren daarbij een hogere zorgpremie. Het beeld bij jongere generaties, dat ouderen alleen maar voor een dubbeltje op de eerste zorgrang willen zitten klopt dus niet!

3. Maatschappelijke dienstplicht                                                                      Niet jongeren, maar vitale AOW-ers kunnen veel beter de maatschappelijke behoefte aan 'sociale dienstplicht' opvullen.                                                                                                                             Steeds weer duikt in Nederland het (politieke) debat op over de wel/niet voordelen van maatschappelijke dienstplicht voor jongeren. Evenals vroeger met de militaire dienst-plicht het geval was, zou hiermee het huidige gebrek aan binding, normbesef, begrip en burgerschap bij de jeugd een boost kunnen maken. Met verplichte 'sociale arbeid' voor jongeren zouden deze gegarandeerd socialiseren, ten voordele van de hele moderne samenleving. Graag stellen wij nu ter discussie of het niet beter is, dat gepensioneerden deze toegedachte rol (van sociale dienstverlener) van de jeugd overneemt, maar dan geheel op vrijwilligheids basis? Het mes snijdt dan aan twee kanten. Ten eerste een last minder voor de jeugd, en ten tweede de kans voor vitale gepensioneerden om aan te tonen, dat zij voor de samenleving nog wel degelijk van nut kunnen zijn. En dan bij voorkeur op maatschappelijke terreinen van openbare ruimte, milieu en nabuurzorg. Overigens verbieden bestaande mensenrechtenverdragen de jeugd maatschappelijke dienstplicht op te leggen, want dat zou DWANGARBEID betekenen. Voor ouderen geldt dit NIET. Dus ouderen: AAN DE SLAG met vrijwillige dienstverlening in de meest ruime zin: bijvoorbeeld als 'buddy' voor eenzame ouderen, als mantelzorgmaatje, als ondersteuner van wijkverpleging, als boodschappen-koerier, als oproep-chauffeur, als bijhulp in de huishouding, als gezelschaps-visite, als hulp bij dagbestedingen, als rolstoelduwer, als regelaar (coachfriend) van tal van zaken waar veel hulpbehoevende en/of eenzame ouderen zelfstandig niet meer aan toe komen.

N.B. Hierbij nadrukkelijk aangegeven, dat deze vorm van maatschappelijke dienstplicht het beste onder regie van een (door de Gemeente aangestelde) professional wordt gepraktiseerd. Dit om risico's te vermijden die bij anonieme hulpverlening kunnen voorkomen. Daarom ook als uitgangspunt genomen, dat de dienstverlener in dezelfde buurt woont als de hulpbehoevende.

4. Regelneef langdurige ouderenzorg                                                        Hulpbehoevende bejaarden hebben belang bij pro-actieve ondersteuning vanuit ambtelijke- èn professionele zorgkringen.                                                                                                                       Sinds 2015 zijn de Nederlandse Gemeenten volgens de wet Wmo verplicht aan gratis cliëntenondersteuning te doen. Het zou mooi zijn als hiervoor een professionele 'Regelneef' thuiswonende zorgbehoevenden (in het algemeen) door het woud van complexe regelingen te leiden. Een specifieke Regelneef voor bejaarden, die maatwerk-ondersteuning geeft, bij niet alleen langdurige zorg maar ook op andere hier eerder genoemde terreinen is daarvoor binnen gemeente Ede zeer gewenst. Dit standpunt is nodig om anonieme hulpverlening (door wie dan ook) te voorkomen. Bij laaggeletterde bejaarden en zorgmijders is zo'n professionele Regelneef het meest nodig. (Bron: Branchevereniging Verenso, van specialisten in ouderengeneeskunde e.a.)

5. Integrale thuiszorg voor ouderen met dementie en Alzheimer                     Dat kan het beste met behulp van kosteneffectieve begeleiding.                                                      Ouder worden met gebreken (dus ook dementie en Alzheimer) behoort gewoon bij het leven. Evenals we ouderen in onze landscultuur verdringen naar de marge van onze samenleving doen we dat ook met gehandicapten, chronische zieken en dementerenden. Tegenwoordig streven we naar de emancipatie van ouderen en zieken, door te stellen dat zij ook thuis horen (en dus zichtbaar zijn) in een 'open society'. Dus ook voor jongeren. Helaas is hierin nog een lange weg te gaan, want van maatschappelijk/sociale verbondenheid is nauwelijks sprake. Nog steeds houden families ernstig zieken vaak verborgen voor de directe omgeving. Dat geldt voor een thuissituatie en ook bij opname in een verzorgings- of verpleeghuis. Hetgeen tot voor kort tot excessen leidde, denk maar aan de kwestie 'Blauwbörgje', waarbij een dementerende man geen voeding meer kreeg om hem te doen sterven. Nadat zijn vrouw hem naar een ziekenhuis bracht bloeide hij daar op en leefde hij nog twee jaar. Inmiddels is in Nederland het beleid erop gericht dat dementerenden (incl. Alzheimers) thuis blijven wonen, terwijl er tegelijkertijd op wordt bezuinigd. Als je deze patiënten dan niet actief begeleid raken ze van het padje, vereenzamen ze en vallen er (letterlijk!) ongelukken en verdwijnen dan noodgedwongen in een duur zieken- of verpleeghuis.

70 Procent van alle mensen met dementie (Alzheimer is ook een vorm van dementie) woont thuis. Gemiddeld wonen patiënten met dementie ongeveer 7 – 8 jaar thuis en daarna (tot hun overlijden) nog één jaar in een verpleeghuis. Het geven van goede medische en psychosociale zorg in de thuissituatie wordt steeds complexer voor naaste familie, wijkverzorging en (vooral) mantelzorgers. In dit plaatje is er vaak geen enkele instantie die zorg heeft voor mantelzorgers. Omdat zorgverzekeraars hiervoor nog weglopen is het aan de gemeenten om de problematiek rond de dementerende in een thuissituatie met een apart geschoolde casemanager (op basis van trajectbegeleiding vanuit een multidisciplinair team) te coördineren. Integrale thuiszorg gaat gepaard met een goede dagondersteuning, maaltijdservice en ondersteuning van familie en mantelzorgers. Maar ook met ondersteuning door zorgprofessionals die er voor moeten waken dat zo'n patiënt tijdig in een verpleeghuis wordt opgenomen. Gemeenten zullen hierbij ook soepel moeten meewerken als een dementerende oudere intrekt bij een kind, wel/niet apart in een aanpalende 'kangoeroewoning'. Tenslotte: We hebben dementie te lang gezien als een onvermijdelijke ouderdomskwaal, maar niet als een ziekte. Een ziekte die wellicht (ooit) met hulp van specifieke medicijnen kan worden afgezwakt of (zelfs) gestopt. Geleerden twisten hierover, omdat de preciese oorzaak van dementie bij ouderen nog steeds niet is gevonden. (Bron: www.deltaplandementie.nl, www.dementie.nl, e.a.)

N.B. In Nederland zijn naar schatting 300.000 mensen met dementie. Naar verwachting zal dit aantal in 2030 meer dan een half miljoen zijn. De kans dementie te krijgen is bij mannen 1: 5 en bij vrouwen 1: 3 (omdat vrouwen een hogere leeftijd bereiken dan mannen). Dementie is doodsoorzaak nummer één en duurt gemiddeld acht jaar. Alleen al in 2017 zijn de kosten van verpleging begroot op 6 miljard euro en is daarmee de duurste 'ziekte' in Nederland. Om bovenstaande punten 3., 4. en 5. vanuit Ede in de wijken gecoördineerd te krijgen moeten we toch weer eens nadenken over de aanstelling van 'wijkwethouders', zoals in 2014 ooit in het nieuwe college van B&W is besproken. Wat er intussen met de bestaande functie van 'wijkregisseur' is gebeurd is onduidelijk, ook wat er in Ede terecht is gekomen van de integrale aanpak van sociale wijkteams.

========================================================


==================================================================

Ede, een Veluwse plattelandsgemeente met grootsteedse ambities. Foto: George de HaanEde, een Veluwse plattelandsgemeente met een archaïsche en monistische bestuurscultuur.