De Vereniging '65plus' werd door George de Haan en Thérèse Kleine vooral opgericht om de 65plusser een positiever imago te bezorgen.

In April 2013 startten mijn vrouw en ik met de Vereniging '65plus'. Deze Vereniging werd vooral opgericht om de 65plusser een positiever imago te bezorgen. En ook om aan te tonen dat 65plussers nog over een enorme power kunnen beschikken.

Binnen onze Nederlandse cultuur bestaat ten aanzien van gepensioneerden nog steeds de opvatting dat zij moeten accepteren niet meer actief deel te nemen aan de moderne samenleving. Onzin natuurlijk!

Volgens Jan Terlouw zouden we met een ouderwets touwtje uit de brievenbus terug kunnen keren naar een betere samenleving, waarin we (zoals vroeger) meer vertrouwen in onze medemens stelden. Vanuit de Vereniging '65plus' denken we daar toch wel anders over, omdat we in deze moderne tijd assertiever in het leven moeten staan. Onze bovenstaande 'Gelukkig Nieuwjaar-Wens' is dus een nostalgische persiflage.

 Onderwerp voor debat (10)

Migrantenparadox (1)

Onderstaande twee artikelen (van resp. Samira Dahri en Ebru Umar) zijn integraal overgenomen uit de NRC van resp. 23 en 27 januari 2016. Persoonlijk vind ik het nogal curieus dat de NRC moslima Samira Dahri (bovenste portretfoto, in niqaab) een podium heeft gegeven om het voor Nederland staatsvijandige salafisme te verdedigen. Het is aan de lezer om hierover zelf zijn/haar conclusies te trekken. Ebru UmarNRC-Weekendbijlage van 23/24-01-2016. ken ik nog uit de tijd dat zij optrok met Theo van Gogh op diens blog "Een tevreden roker is geen onruststoker". Met haar heb ik kort na de moord op Van Gogh nog publicitair samengewerkt voor een artikel over "Migranten Paradoxen" in het tijdschrift MAVIS (zie hierna).

In Turkse kringen wordt Ebru niet gewaardeerd: "te ver afgedwaald van haar Turkse roots". Hetgeen ook geldt voor andere in Nederland goed geïntegreerde Turkse vrouwen als Emine Bozkurt (voormalig PvdA-lid Europees Parlement) en Nebahat Albayrak (voormalig Staatssecretaris van Justitie). Zo kunnen orthodoxe Turkse mede-landers het bepaald niet waarderen dat deze dames de turkse taal niet meer goed beheersen en het regime van de Turkse president Erdogan en zijn AK-partij niet kunnen waarderen. Met Samira Dahri is het anders gesteld . Zij is de vrouw van Imam Suhayb Salam van de AlFitrah-moskee in Utrecht. Mijn ervaring met imams en moskeebesturen in Nederland is overigens wel, dat zij zeer goed in staat zijn om naar Nederlandse autoriteiten verschillende gezichten te tonen. Het bewijs hiervoor is te vinden in de oprichtingsakten van hun Nederlandse stichtingen en verenigingen. De multiculturele paragrafen in deze akten zijn doorgaans pure leugens. Dat geldt ook voor de open dagen, waarop niet-moslims de moskee mogen bezoeken: allemaal zeer geraffineerde vormen van 'windowdressing' om autochtone politici, bestuurders en burgers zand in de ogen te strooien. Zo denk ik, dat Samira Dahri slechts mag functioneren als onderdeel van een mistig spel binnen salafistische kringen in Nederland.

=====================

NRC 23-01-2016

Salafisme is de oplossing tegen radicalisering

Kamerleden willen die strenge islamtak verbieden, in de media worden ze verketterd, maar wat zeggen de salafisten zelf? Lees dit opiniestuk van Samira Dahri, medewerker van de AlFitrahmoskee. Samira Dahri is afgestudeerd in 2005, in Economie en Recht aan de Universiteit van Utrecht. Zij is secretaris en beleidsmedewerker bij Stichting AlFitrah. Binnen AlFitrah leidt ze mede de wetenschappelijke onderzoeken.

"Hoezo zouden Nederlandse jongeren die hier geboren en getogen zijn moeten integreren of zich aanpassen? Accepteer ze en laat ze in hun waarde. Het is tijd voor zelfreflectie, voor iedereen."

Vele islamitische ouders maken zich zorgen over hun kinderen. Zij worden dagelijks geconfronteerd met kinderen die worden afgestoten en buitengesloten van de Nederlandse samenleving. Waarom? Omdat zij niet voldoen aan de normen en waarden die bepaalde mensen superieur achten. Sterker nog, die mensen beschouwen zichzelf als de superieuren, waaraan eenieder zich dient aan te passen. Acceptatie? Dat komt niet voor in hun woordenboek.

Deze zogenaamde ‘superieuren’ zijn het probleem in onze samenleving. Zij accepteren de ander niet en weigeren hem daarenboven in zijn waarde te laten. Dit werkt onverdraagzaamheid en polarisatie in de hand. Aan deze ‘superieure’ normen en waarden en de drang om dit op te leggen aan anderen, ligt een verkeerde opvoeding ten grondslag.

Waarom wordt er anno 2016 anders nog gesproken van ‘integratie’ en voelen tienduizenden moslims zich afgestoten? Hoezo zouden Nederlandse jongeren die hier geboren en getogen zijn moeten integreren of aanpassen? Het is de hoogste tijd voor zelfreflectie.

          "De islamitische normen en waarden zijn een volwaardig

    onderdeel van de westerse samenleving, of men dat nou wil of niet."

Het gevolg van deze uitsluiting is dat sommige jongeren genadeloos ten prooi (dreigen te) vallen aan extremisme en radicalisme. Geduchte ontwrichters van elke samenleving.

Het salafisme daarentegen, bewijst de oplossing te bieden tegen radicalisme. Ondertussen liggen de salafistische organisaties onder vuur in de media en politiek.

De haatimams onder de politici en journalisten dragen slechts bij aan de verharding en polarisatie in de samenleving. Zij pleiten voor een verkapte vrijheid, waarbij zij feitelijk oproepen tot de verwijdering van de islamitische normen en waarden.
Aanpassen of opkrassen!

Onder het mom van participatie worden de islamitische jongeren beknot in hun rechten en vrijheden. Mohamed probeert al maanden een stageplek te krijgen, maar wordt keer op keer afgewezen, omdat hij zijn gebed wil kunnen verrichten in zijn pauze. Is de vrijheid van godsdienst dan niet een groot goed?! Jamila had besloten een hoofddoek te dragen, en werd daarom ontslagen. Is dit dan geen beperking van de emancipatie? Ali werd op school gedwongen mee te doen met kerstvieringsactiviteiten. Daar is toch niks mis mee, zou je kunnen zeggen? Integendeel, het kind wordt onderdrukt en gedwongen een feest van een andere religie mee te vieren. De ouders worden gemanipuleerd door hen te laten denken dat dit verplicht is, terwijl men conform artikel 41 WPO daarvan wettelijk gezien vrijgesteld kan worden. Deze wetten worden echter niet bekend gemaakt aan de ouders. Kennis is tenslotte macht.

En dan Leila; zij moest op haar stageplek een mannelijke leidinggevende de hand schudden. „Hand schudden of vertrekken.” Leila vertrok. Daar kiest ze toch zelf voor, zou je kunnen zeggen? Jazeker, want voor haar is het worden aangeraakt door een man seksuele intimidatie. De werkgever is verplicht seksuele intimidatie te bestrijden (art 3 lid 2 Arbowet). Zij dient in haar rechten te worden gerespecteerd, zonder dat haar vrijheden worden beperkt. Dat is vrijheid. De norm is niet de wijze van groeten, echter dat we elkaar accepteren zoals we zijn.

Polarisatie of participatie?
Geen enkele vrije moslim zal zich aanpassen door zich te ontdoen van zijn islamitische identiteit om geaccepteerd te worden. Wat is dan het gevolg van deze afstoting en uitsluiting? Zij raken in een isolement. IS staat met smacht te wachten op deze jongeren, daar is geen twijfel over.

Niet hun godsdienst drijft hen daartoe, noch degenen die hen adviseren hun godsdienst in alle vrijheid te belijden en de ander te accepteren, echter, het zijn degenen die hen niet willen accepteren zoals ze zijn.

Het huidige wanbeleid van integratie stoot eenieder die volgens zijn eigen religie en principes wil leven van deze samenleving af. Zij worden er zelfs van beschuldigd zich van de maatschappij af te zonderen. De salafistische stichtingen die de jongeren juist leren hoe zij middels het behoud van hun eigen identiteit alsnog de ander kunnen accepteren, worden aangevallen en beschuldigd van de ravage die het integratiewanbeleid heeft veroorzaakt.

Onder wanbeleid valt anti-integratief en anti-democratisch beleid, gevoerd door de partijen PvdA, CDA, PVV, SP, PvdD en VVD. Zij voeren het beleid van ‘de superieure blanke man’, waarbij geëist wordt dat eenieder zich aan hen aanpast. Dit zal echter niet gebeuren!

Kunt u het allemaal nog volgen? Voor het gemak geven we u deze simpele formule: wanbeleid + aanval en verbod op salafistische stichtingen = polarisatie en ontwrichting van de samenleving, en extremisme en dat leidt tot IS. Een simpele formule met desastreuze gevolgen.

Eenieder is vrij om te doen maar vooral ook om te laten wat hij wil, toch? Theoretisch gezien ja, maar de praktijk wijst helaas anders uit. Het is bijgevolg de hoogste tijd dat elke minderheid volledig geaccepteerd gaat worden. Het apartheidstijdperk is toch al verleden tijd?!
Een lesje zelfreflectie

De denkwijze van ‘superieure normen en waarden’ die vele generaties in zijn greep heeft gehouden, kan slechts doorbroken worden door te beginnen bij het begin: de opvoeding. Hoe zou eenieder dan de jeugd moeten voorbereiden op deze maatschappij, zodat zowel hun rechten als de rechten van hun medemensen gewaarborgd kunnen worden?

Ahmed en Fatima maar ook Henk en Ingrid moeten hun kinderen leren dat alle mensen deel uitmaken van de samenleving. Uitgangspunt is dat eenieder geaccepteerd dient te worden zoals hij is, zonder elkaar onrecht aan te doen of schade te berokkenen.

Door onze kinderen meer te leren over de verschillende culturen en religieuze achtergronden, dragen wij bij aan een tolerante en vreedzame samenleving. Zo leert Ingrid haar dochter niet dat vrouwen die een gezichtssluier dragen ‘angstaanjagend’ zijn, echter dat het vrouwen zijn die hun vrijheid van godsdienst belijden middels het dragen van de niqaab. Ook leert Ahmed zijn zoon niet dat niet-moslims slecht behandeld moeten worden, maar leren zij beiden hun kinderen dat ze hen moeten accepteren. U wilt toch ook dat uw kind wordt geaccepteerd?

De islamitische normen en waarden zijn een volwaardig onderdeel van de westerse samenleving, of men dat nou wil of niet. Degene die er problemen mee heeft dat een vrouw een niqaab draagt, of een man een vrouw geen hand schudt, of een ander zijn gebed verricht, moet zichzelf heropvoeden door deze zaken te leren accepteren. Dit is Nederland anno nu. Elke opvoeding die hiermee in strijd is, is een gevaarlijke opvoeding die leidt tot verderf, discriminatie en apartheid.


Salafisme in de samenleving
Vele politici en media voeren campagne tegen salafisme. Het salafisme is geen partij, beweging of stroming. Het salafisme is het volgen van de islamitische godsdienst zoals deze zuiver is neergezonden, naar de zuivere uitleg van de Profeet Mohamed en zijn metgezellen. Theoretisch en praktisch is elke moslim dus een salafist. Enige verschil zit in het feit dat de ene moslim meer van zijn geloof kent en of praktiseert dan de ander.

Het salafisme zweert en keurt bovendien geweld af, in tegenstelling tot hetgeen sommige haatdragende- en verspreidende politici beweren. Het salafisme bestrijdt van oorsprong radicalisme en extremisme, en biedt hiervoor ook de oplossing.

Het behoort ook tot het salafisme dat elke moslim verplicht is om mede te waken over de vrede en veiligheid van het land waarin hij woont. Het salafisme omvat tevens het juiste integratiebeleid, waarin wordt opgeroepen tot verdraagzaamheid en een goede en rechtvaardige behandeling van de ander, en alle vormen van onrecht worden uitgesloten. Het is echter een groot deel van de ‘gevestigde orde’ die het tegenovergestelde doet en een kweekvijver creëert voor radicalisme. Deze islamitische jongeren gaan zich op den duur ook afkeren van de moskeeën, die hen juist kunnen weren van radicalisme. Zij houden slechts het internet over als bron van kennis. Zo komen zij terecht bij mensen die hen verwelkomen en manipuleren. Binnen de kortste keren worden zij meegezogen in het bodemloze moeras van radicalisme en extremisme. De realiteit wijst helaas niet anders uit.
Partners tegen radicalisering

Het salafisme draagt in alle opzichten constructief bij aan het debat. De salafisten hebben een grote bijdrage geleverd aan de orde en veiligheid in de Nederlandse samenleving. Verschillende professionele salafistische organisaties zetten zich al decennia in voor een veilig en verdraagzaam Nederland. Desondanks worden zij dikwijls tegengewerkt en soms zelfs onderdrukt door de politiek. Het wordt tijd dat wij met z’n allen wakker worden. Het is tijd dat de gemeenschappelijke belangen van de samenleving voorop worden gesteld, en de politiek de hand in eigen boezem steekt.

Stichting alFitrah voert al jaren verschillende sociale en juridische onderzoeken uit. Hiermee streeft alFitrah ernaar de problematiek aan te pakken, bij te dragen aan de participatie van de Nederlandse moslims, en discriminatie en uitsluiting te bestrijden.

Middels het actief uitvoeren van een anti-radicalisme programma draagt onder meer alFitrah bij aan de openbare orde en veiligheid in Nederland, middels de volgende speerpunten:

- Algemene aanpak; middels het bestrijden van gedachtegoeden die kunnen leiden tot radicalisme, door de moslims van de juiste kennis te voorzien;

- De groepsaanpak; door de moslims bijvoorbeeld duidelijk te maken op welke correcte wijze ze dienen om te gaan met incidenten als in Parijs.

- De individuele aanpak; door trajecten op te zetten voor jongeren die aan een bepaald risicoprofiel voldoen, wegens bepaalde uitspraken of gedragingen.

Het anti-radicalisme programma werpt haar vruchten af. Zelfs in die mate dat hiermee meerdere jongeren die al een enkeltje IS geboekt hadden, op andere gedachten zijn gebracht, richting een re-integratie in de samenleving. Het is de hoogste tijd dat de salafisten als gelijke partners worden erkend.

Haatimams
Imam betekent in het Arabisch ‘leider’ of ‘voorganger’. Haatimams zijn de politici en vele media die zorgen voor polarisatie in de samenleving, bevolkingsgroepen tegen elkaar opzetten, en oproepen tot haat, onbegrip en uitsluiting.

Voor de afschuwelijke, verachtelijke en misselijkmakende uitspraken van Wilders over onder andere de geweldige Profeet Mohammed vrede zij met hem, zijn er mensen nodig die de jongeren kalmeren en hen begeleiden om zich middels goedheid en rechtvaardigheid, zonder geweld te kunnen uiten. Hiertoe zijn slechts de salafisten, middels hun inhoudelijke islamitische kennis en professionaliteit, in staat.

Geef het op!
Dit is niet onze boodschap aan de jongeren. Integendeel, dit is onze universele boodschap aan eenieder die de jongeren probeert te ontdoen van hun islamitische identiteit. Stop liever energie in het bijdragen aan een verdraagzame en vreedzame samenleving.

En wat de echte haatimams betreft; haters zijn van alle tijden. Wij dienen echter sterk te staan als een hechte samenleving, een eenheid in verscheidenheid. Nog één keertje dan in simpele formuletaal: wederzijdse acceptatie + tolerantie - haatimams = vrede + veiligheid. Dit is de salafistische formule.                                                

=====================

Wat is salafisme?
Het salafisme is een fundamentalistische stroming binnen de islam. Salafisten richten zich op de naar in hun ogen ‘zuivere islam’ uit de tijd van de profeet Mohammed. Een klein deel van de Nederlandse moslims beschouwt zichzelf als salafist.

De meeste salafisten houden zich verre van politiek activisme en zijn wars van alles wat verdeeldheid kan zaaien onder moslims. Een kleine minderheid van de salafisten roept op tot gewelddadige actie (jihad) tegen de bestaande orde en vestiging van een islamitische eenheidsstaat die zij ‘kalifaat’ noemen. De Tweede Kamer beschouwt het salafisme als een kweekvijver voor jihadisme. Daarom bekijkt het kabinet of het salafistische organisaties kan verbieden. De Al Fitrahmoskee in de Utrechtse wijk Overvecht is een salafistische moskee.

=====================

NRC 27-01-2016

Hou op met janken over islam, geloven doe je in je eigen tijd

Dwing moslims niet tot integratie, betoogde Samira Dahri zaterdag. Ebru Umar legt aan de hand van haar opvoeding uit waarom aanpassen wèl de sleutel tot succes is.

Ebru Umar is columnist van Metro, GeenStijl en hoofdredacteur van FAB Magazine; jaren lang vulde zij de laatste pagina van Libelle met een eigen rubriek, waarin steeds een bekende Nederlander figureerde.

De Turken die bij mijn ouders over de vloer kwamen, waren het allemaal met elkaar eens: ‘Ebru doet het goed’. Smalend luisterde ik als student naar hun ‘complimenten’. Sukkels vond ik ze. Want als Ebru het zo goed doet, waarom zorg je er dan niet voor dat je eigen kinderen het ook goed doen? Het antwoord op de nooit gestelde vraag was simpel: dan zouden zij hun kinderen óók tot Nederlanders moeten opvoeden – net als mijn ouders gedaan hebben.

Niet dat dat van harte ging. Ook zij kwamen naar Nederland in de veronderstelling dat ze ooit terug zouden gaan. Carrière maken, geld verdienen en dan als god in Frankrijk, pardon Turkije, leven. Zodoende werd er thuis Turks gesproken, wat niet anders kon, mijn ouders moesten zelf nog Nederlands leren. Hetgeen tot ellende leidde; toen ik naar de crèche ging, sprak ik geen woord Nederlands en kon ik niet duidelijk maken dat ik moest plassen. Ik gilde het hele gebouw bij elkaar en werd voor ‘straf’ vastgebonden op bed. Of ik het ondergeplast heb, weet ik niet, maar de juf werd ontslagen. De les in huize Umar: wil je dat je kind slaagt in de omgeving waarin het opgroeit, leer dan snel de taal.

Desondanks ben ik niet opgevoed met Annie M.G. Schmidt – mijn ouders wisten niet van het bestaan van die boeken. Bovendien werden we naar internationale scholen gestuurd want tja, als mijn ouders ‘later’ terug zouden gaan, konden we maar beter onze talen goed spreken. Gevolg was dat ik op mijn achtste Turks, Engels en Duits sprak, maar nog tijdens mijn gymnasiumjaren bijles Nederlands kreeg. Dat ik het beheers zoals ik het doe, heb ik helemaal te danken aan mevrouw Hagenbeek die twaalf jaar achterstand wist weg te werken.

Als je in Nederland geboren en getogen bent, is de kans groot dat je hier zult werken, belasting betalen en begraven zult worden. En dat is het antwoord op de vraag waarom Nederlandse jongeren uit migrantengezinnen moeten integreren en aanpassen. De Nederlandse taal, cultuur, waarden en normen zijn hier de maatstaf – het heet hier niet voor niets Nederland. Vreemdelingen zijn altijd welkom geweest, al moeten ze tot op de dag van vandaag hun plaats kennen. Buitenlandse diploma’s hebben minder aanzien dan Nederlandse – en terecht. Waarom zou je je eigen normen ondergeschikt maken?

Kinderen die hier geboren zijn uit migrantengezinnen, zijn Nederlanders. Al leren ze thuis nog een andere taal. Ouders die hun kinderen bijbrengen dat zij ‘anders’ zijn, zijn crimineel. Hoe haal je het in je hoofd om je kind kansen te ontnemen? Hoe haal je het in je hoofd om je kinderen bij te brengen dat jij een geloof aanhangt dat je beter maakt dan diegenen met wie je in een land leeft, werkt en bevriend bent? Hoe haal je het in je hoofd om te eisen dat de maatschappij zich maar aan jou, migrant en minderheid, aanpast in plaats van andersom? Nederlanders maken hier de dienst uit, en net zoals we in Nederland Nederlands spreken, stellen we Nederlandse eisen aan mensen die hier functioneren. Plat gezegd: alleen Nederlandse moslims hebben tijd om vijf keer per dag te bidden. In islamitische landen moeten ze gewoon werken. Hou ‘es op met janken over wat de islam je zogenaamd voorschrijft en ga aan de slag. Als een Nederlander. Geloven doe je maar in je eigen tijd.
   

Hoe haal je het in je hoofd om je kind kansen te ontnemen in het land waar het opgroeit?

Toch werd ook ik afzijdig gehouden. Naar godsdienstles hoefde ik niet. Jammer, want nog steeds heb ik geen idee wat Pasen, Hemelvaart en Kerst zijn. Tegelijkertijd weet ik ook niets van islamitische feestdagen; huize Umar kende andere prioriteiten dan het geloof maar respecteerde ieders overtuiging zolang er geen mishandeling van vrouwen en kinderen aan te pas kwam.

Ook studeren was een dingetje: op kamers terwijl je in dezelfde stad woont waar je studeert? Mijn moeder verbood het (lees: weigerde te betalen, maar hield dat uiteraard niet vol. Beter een recalcitrante dochter mét dan een dochter zonder diploma). Bovendien had ik maling aan verboden en liet me met mijn koffers ophalen door een vriendje.

Het hele concept studentenvereniging kende ik niet, sterker nog het hele concept vereniging en teamsport kende ik niet – tot op de dag van vandaag heb ik er moeite mee in groepen te functioneren. Het is zó Nederlands dat Nederlanders niet eens beseffen dat het Nederlands is. Tot mijn verbazing vormden studenten uit migrantengezinnen hun eigen verenigingen. Dommer werd het niet in mijn beleving.

Samenwerken met Nederlanders, samen studeren, samenleven: dát is de sleutel tot succes – althans, als je in Nederland woont. Simpeler wordt het niet. Uiteraard was die stageplek geen probleem: Shell, ABN Amro, ING – de toppers van toen – ze vochten om me. Dat grietje met die rare naam, die bekakte stem en heldere praatjes. O, en niet onbelangrijk: die succesvolle opleiding. Ja, die Turken die bij mijn ouders over de vloer kwamen hadden gelijk: in mijn studententijd deed ik het goed.

Dat ik halverwege mijn leven mijn geld verdien met stukjes tikken, anno 2016 zou je dat eigenlijk best als mislukt kunnen bestempelen. Maar iemand moet niet alleen de salafisten van repliek dienen maar ook Nederlanders, die hun oren laten hangen naar diezelfde salafisten en menen dat Nederland van iedereen is – behalve van Nederlanders.

=====================

MAVIS-uitgave september 2005

Migrantenparadox (2)

 Zoek de verschillen na 40 jaar migratie  
 
door George de Haan

George de Haan (1945-   ). Foto is uit 2005.George is vanaf de jaren zestig in de vorige eeuw actief betrokken bij het emancipatieproces van allochtone medelanders. Beroepsmatig heeft George (62) zich in de jaren 1975/85 ingezet voor de "democratisering van informatie". Zo ontving hij in 1979, samen met prof. Jan Pen, een wetenschapsprijs voor het boek Kijk, economie. Het eerste populair-wetenschappelijke boek uit een toenmalige unieke serie over uiteenlopende maatschappelijke vakgebieden. George beschikt al vele jaren over een stokpaardje met als thema: "De werkelijkheid is vaak anders dan men denkt!" (Vandaar de figurerende kabouter op de foto van George.) 

In 1970 zag je bij een gezinshereniging van een Turkse migrant geen invloed van de Islam. 40 Jaar later was dat wel anders!

In het voorjaar van 2004 bezocht ik in Rotterdam een door het IOT (Inspraakorgaan Turken in Nederland) georganiseerd jubileumcongres ter gelegenheid van ’Veertig jaar migratie van Turken in Nederland’. Elke bezoeker kreeg bij aankomst van de jubileumorganisatie een gelegenheidsboekje cadeau met daarin een beschrijving (o.m. van de hand van verschillende wetenschappers) van de 40-jarige geschiedenis van Turkse arbeidsmigranten in Nederland.
Wat mij bij dit boekje als eerste opviel, was de cover met bijgaande zwart/wit-foto. Toen ik even later in de wandelgangen van het congrescentrum ook nog een aantal panelen aantrof met een keur van oude foto’s uit de beginjaren van de migratiegolf uit Turkije, werd ik extra getroffen door een groot contrast (cq Paradox) van wat ik op veel van deze oude foto’s bespeurde en wat ik de laatste jaren op straat en in moskeeën aan ’tegenovergestelde’ beelden heb opgevangen. Kijk ook naar de hiernaast afgebeelde foto, recentelijk opgenomen
in een Turkse Moskee in Schiedam.
Zonder nu eerst te vertellen wat voor mij dan dit contrast inhield, heb ik drie Nederlanders van Turkse afkomst gevraagd om te reageren op deze twee foto’s. Hun schriftelijke visie wordt hierna integraal weergegeven. Als laatste mijn eigen (subjectieve) mening op dit m.i. paradoxale migrantenonderwerp.

Reactie Ebru Umar
Het is heel simpel: het resultaat van 35 jaar pampering en doen alsof allochtonen achterlijke kinderen zijn die je niet serieus hoeft te nemen, heeft ertoe geleid dat mensen zich terugtrokken in hun eigen omgeving, met hun eigen gebruiken. Die oude mensen zien er niet anders uit dan mijn opa in Turkije eruit zag. Het is idiote politiek om mensen uit te sluiten en te negeren, en nog idioter dat deze uitgesloten en genegeerde mensen het hier al die jaren perfect uithouden. Ik vind het schandalig dat het mogelijk is om in Nederland in getto’s te wonen en te ’functioneren’ zonder Nederlands te hoeven spreken. Dat is geen verwijt naar allochtonen, maar zeer zeker wel naar de politici die dat faciliteerden.
Wat nog veel ernstiger is, is dat deze mensen - de ouderen op de foto - niemand kwaad doen, maar de jeugd juist wel. Je vergelijkt met die foto’s appels en peren. Die ouderen balen netzoveel van de situatie hier als jij en ik, en vragen zich af hoe de jongeren weer in het gareel te krijgen zijn. Die jongeren zijn hier, in de laatste jaren geradicaliseerd, de ouderen zijn dat nog steeds niet.

Ebru Umar (30)
kritisch Internet-columnist
 
Reactie Ismail Hakki Kadi
Met het onderliggende idee van deze twee foto’s wordt m.i. gesuggereerd, dat een toenemende ’islamisering’ onder de allochtone moslims in Nederland een indicatie zou kunnen zijn voor een mislukte integratie. Ik vraag me af: waarom moet een Turkse moslim die zich verder islamiseert gezien worden als een ongeïntegreerd persoon? Is een Nederlandse Turk een makkelijker en minder problemen opleverende ’hybriditeit’ dan een Nederlandse moslim? Ik ben er van overtuigd, dat ik veel gemakkelijker en zónder commotie een Nederlandse moslim kan zijn dan een Nederlandse Turk. Daarom vraag ik mij ook af: waarom in het integratiedebat de religieuze
moslims geproblematiseerd worden zónder een geringste referentie aan de religieuze autochtone christenen, terwijl tegelijkertijd het seculiere karakter van de Nederlandse samenleving wordt benadrukt? Volgens mij mag de foto van een Turkse moskee daarom géén indicatie zijn van de onwilligheid van Turken zich te integreren in de seculiere Nederlandse samenleving. In de discussie over het proces van ’islamisering’ onder Turken in Nederland dient men veeleer rekening te houden met zowel globale trends als met ontwikkelingen in het land van herkomst. Ik denk namelijk, dat in de periode waarover we het hebben in de hele islamitische wereld een islamitische opleving heeft plaatsgevonden. Dit fenomeen heeft zich ook in Turkije afgespeeld. Zo heeft het vanouds agressief seculiere en elitaire Turkse staatsregime pas onder leiding van de neo-liberale premier Ozal in de jaren tachtig er voor gezorgd dat het gewone volk actief kon deelnemen aan het economische, sociale en politieke leven van Turkije. Hierdoor werd ook de islam meer zichtbaar, waarna de Turkse migranten in Europa zich ook meer bewust werden van hun eigen religie.

Ismail Hakki Kadi (33)
AIO, Universiteit Leiden  
 
Reactie Osman Elmaci  
"Ooh Alemanjea oooh, wat heb je allemaal niet gedaan met mij? Je hebt veel meer afgepakt dan gegeven!" Dit is een vaak uitgesproken verzuchting van Turkse migranten wanneer zij zich in hun ’land van belofte’ niet gelukkig voelen. (Duitsland wordt in het Turks Almanya genoemd, wat veelal ook geldt voor Europa. Vandaar.)
Als ik kijk in het fotoalbum van mijn ouders uit de jaren 70/80, waarin ook foto’s van vrienden en kennissen, dan zie ik grote verschillen met hoe ze zich nu kleden. Heel gek, maar ik zie op deze foto’s van toen veel meer persoonlijke verzorging en veel meer levenslust dan nu. Daarnaast zie ik meer verschillen. Zo is de ouderwetse broek, onder de rok van veel moslimsvrouwen van toen, nu mode! De vraag is dan: gaan moslims zich terugtrekken in hun
vertrouwde gewoontes van toen, als hun dromen niet uitkomen? Vanuit religieus optiek heb ik daar geen antwoord op, want religie is niet iets van vorig jaar of 10 jaar terug. Het is immers iets voor eeuwig. De beleving daarvan mag zich overigens best aanpassen aan de tijd. Neem de hoofddoek: deze was vroeger vooral donker kleurig en lang, maar nu zie je ze in alle kleuren en maten. Ik vind daar persoonlijk niks mis mee. Ik verwijs hiervoor graag naar een citaat van Imam Ali (600–-661). Als neef en schoonzoon van Mohammed was hij diens vierde Kalief (= opvolger). Hij schreef: ‘’Voed uw kinderen zo op, niet zoals u bent opgevoed, maar in de tijd waarin zij leven.’’

Osman Elmaci (32)
CDA-politicus en vakbondsbestuurder

 Nabeschouwing door George de Haan
De vanaf 1964 via de arbeidsbureaus in Turkije geworven gastarbeiders ontvingen, ruim voordat ze per vliegtuig naar Nederland afreisden, in het Turks gestelde (niet mis te verstane) informatie over de hier heersende westerse normen, waarden en zeden. Bekend is, dat deze informatie al in Turkije leidde tot speciale kleding- en gedragscodes 1). Refererend aan bovenstaande foto’s 2) is het vooral daarom te verklaren, waarom Turkse migranten destijds
in het Nederlandse straatbeeld veel minder opvielen dan nu. En ook dat, ondanks het aanvankelijke tijdelijke karakter van het verblijf in Nederland van de eerste golf (legale) Turkse gastarbeiders, er géén misverstand kon bestaan over wat vanuit de Nederlandse samenleving bij een definitieve integratie mocht worden verwacht!
Een historisch verdoezeld feit 3) hierbij is, dat een grote toestroom van illegale, op de bonnefooi naar Nederland gekomen onvoorbereide en ongekwalificeerde Turkse (land-)-arbeiders de legaal in Nederland verbleven migranten bij hun integratieproces letterlijk voor de voeten hebben gelopen. Logischerwijze kun je dan achteraf de Nederlandse overheid niet verwijten dat vooral deze sub-groep (in de literatuur ook wel ’spontanen’ en ’kettingmigranten’ genoemd) in haar eigen ontwikkeling is achteruitgeboerd.
Elke samenleving kent zijn ’uitvallers’ waarmee we toch solidair kunnen (en vaak ook moeten) zijn. Maar het feit dat ikzelf binnen de Turkse samenleving in Nederland heb kunnen vaststellen, dat het aantal individuele uitvallers nu aantoonbaar boventallig is, ben ik van mening dat we niet alleen de Nederlandse overheid, maar zeker ook de vigerende gezaghebbers onder de Turkse migranten mede-verantwoordelijk kunnen stellen!
Tenslotte bespeur ik bij migranten veel gebrek aan realiteitszin over de Nederlandse samenleving. Zo weet men heel goed, dat Nederland (buiten het islamitische volksdeel om) sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw inmiddels voor meer dan 90% is geseculariseerd 4). Een en ander met het gevolg, dat de christenen in Nederland nu sociaal/religieus een enigszins gemarginaliseerde (niet dominant aanwezige) bevolkingsgroep vormen. Voor een moderne liberale samenleving een fundamenteel rustgevende en stabiliserende factor. Intussen is de groep moslims in Nederland bijna even groot (circa 700.000) 5). als het restant aan praktiserende christenen, maaarrr… de moslims zijn nu in de media en (vooral) in het dagelijkse straatbeeld veel manifester aanwezig. En dan heb ik het nog niet eens over de toenemende psychologische bedreigingen voor de gehele Nederlandse samenleving van de zijde van
steeds actiever wordende (in de naam van Allah) terroriserende fascisten.
Ergo: het lijkt erop, dat de eerste golf Turkse gastarbeiders zich onvoorwaardelijk identificeerden met het liberale, seculariserende Nederland, maar dat er later een omslag 6) heeft plaatsgevonden waarna velen van hen zich hebben teruggetrokken binnen de eigen (oude) vertrouwde Turkse sociale, culturele, en religieuze instituties.


1) Sociologen noemen dit het ’mimicry’-effect. Dit staat voor verschillende vormen van nabootsing in het dierenrijk, bijv. "Het zich in vorm en kleur aanpassen van sommige planten en dieren aan andere die voor de levensstrijd beter zijn toegerust."
2) Soortgelijke foto’s bevinden zich in het archief van het Internatonaal Instituut voor Sociale Geschiedenis te Amsterdam, waarvan sommige ook te zien in het boek ’Lied uit den vreemde’, uitgegeven in 2004 door Aksant - Amsterdam, ISBN 90.5260.140.2
3) Nadat onderzoek had uitgewezen dat het aantal afgegeven werkvergunningen stukken minder was dan het aantal afgegeven verblijfsvergunningen werd in 1969 door minister Bouke Roolvink (van Sociale Zaken) maatregelen getroffen die bedoeld waren om aan de ongeregelde/spontane binnenkomst van buitenlandse werknemers een halt toe te roepen. Vanaf 1969 echter nam hierdoor het aantal illegale gastarbeiders (ook uit Turkije!) enorm toe. In ons land werd deze illegale import verstrekt door de wijze waarop al in Nederland (legaal) gevestigde Turkse migranten een grote wervende kracht uitoefenden op in Turkije achtergebleven familieleden, vrienden, kennissen en voormalige dorpsgenoten.
4) Slechts 6% van de autochtonen in Nederland is nog actief kerkganger.
5) Deze groep van 700.000 zijn personen, ouder dan 18 jaar.
6) Dit onderwerp verdient nader onderzoek. Welke wetenschapper van Turks/Nederlandse origine neemt de uitdaging aan?

=====================

 Migrantenparadox (3)

  Die achterlijke/gesloten/religieuze/agrarische cultuur
Met dank aan Pim Fortuyn

Pim Fortuyn gebruikte bovenstaande uitdrukking om daarmee de in Nederland verblijvende moslims in het algemeen en Turken (uit de binnenlanden van Annatolië) en Marokkanen (uit het Rif-gebergte) in het bijzonder, te stigmatiseren. Hoewel Fortuyn mij ooit persoonlijk heeft toegeschreeuwd ‘"Ik wéééét wèl wie je bènt !’ ! !", zal hij zich nooit hebben gerealiseerd, dat zijn bovenstaande uitspraak ook op mijn persoontje van
toepassing was. Ook ik ben afkomstig uit een ’achterlijke/gesloten/religieuze/agrarische cultuur’, en wèl een cultuur uit de binnenlanden van Friesland. Uit een gebiedje dat in mijn jeugd (kort na Wereldoorlog-II) de ‘'Finenhoek’' werd genoemd. Een door orthodoxe christenen gedomineerde boerenstreek onder de rook van Tzum, met het gehucht Lutjelollum als geografisch middelpunt.
Terugblikkend kan ik vaststellen dat er heel veel overeenkomsten zijn tussen mijn persoonlijke
afkomst en de afkomst van veel eerste generatie gastarbeiders in Nederland. Ook ik heb vanaf de zestiger jaren in de vorige eeuw moeten leren integreren (Je maintendrai) om in de moderne
(beschaafde) wereld van Pim Fortuyn een eigen plek te veroveren. Een moderne wereld die mij
van alle kanten vijandig gezind was. Om te beginnen het feit, dat ik een kind was uit een groot
katholiek boerengezin. Je was daarmee niet alleen een onbeschaafde boerenpummel, maar ten
eerste en vooral een ‘Roomsche Paap’! In de praktijk van alle dag betekende dit, dat je ongevraagd in elkaar kon worden geslagen door ‘andersdenkende’ leeftijdgenoten, maar ook
door gemeentelijke ambtenaren van politie, die er dan genoegen in schepten om je ook nog een
halve dag in een muffe politiecel op te sluiten.
In Friesland waren de katholieken (circa 10 procent van de bevolking), evenals onze allochtone
moslims nu, een gemarginaliseerde groep. Katholieken in Friesland leefden een ‘ondergronds’
bestaan, evenals onze allochtone moslims nu. Katholieken kregen zelden een functie bij de
overheid en zeker niet bij ondernemers van protestantse of gereformeerde huize. Katholieken in
Friesland waren daarom vrijwel uitsluitend op de eigen groep aangewezen, vandaar ook dat de
meeste katholieken in Friesland (om hoger op te kunnen komen) voor het zelfstandig
ondernemersschap kozen. Evenals onze allochtone moslims nu.
Toen ik in 1961 in de stad Groningen ging studeren, werd ik door medestudenten dagelijks
gepest, vanwege mijn Friese tongval. Nadat zij daarvan lucht hadden gekregen, riepen enkele
docenten mij regelmatig, vanwege mijn katholieke geloofsovertuiging, in het openbaar ter verantwoording. Dezelfde docenten bestraften mijn verbale retirades daarop (onder het mom van ‘onleesbaar handschrift’) met het toekennen van extra lage tentamencijfers, enzovoort.
Sinds mijn (vanaf 2000 volledig zelf bekostigde) prepensioen woon ik op de ‘biblebelt’ van de
Veluwe. Orthodoxe Christenen hier weten je onmiddellijk te schofferen, zodra ze erachter
komen, dat je Agnosticus bent, want in hun ogen wacht mij dien-ten-gevolge de HEL !
Ik bedoel maar, waar had Pim Fortuyn het over, als hij de allochtone moslims verweet te beroerd te zijn om te integreren en te achterlijk om niet mee te gaan in de waan van de dag van een moderne Nederlandse samenleving?

=====================================================

Onderwerp voor debat (11)

   "Nood breekt wet", toch?

 

In de al veel te lang lopende kwestie van de bootvluchteling, vraag ik mij in gemoede af: "Wanneer zijn de Europese leiders in staat om draconische maatregelen te nemen? Maatregelen om (ten eerste) een einde te maken aan de vele drenkelingen en (ten tweede) een einde te maken aan de chaos in Europa, waarbij iedereen (professionals en ook de burgers) het zicht kwijt is op een praktische (duurzame) oplossing.

Tot nu toe draaien alle betrokkenen om deze heikele kwestie heen. Zo lang dit voortduurt zijn dezelfde betrokkenen volgens mij mede schuldig aan elke verdronken asielzoeker. Hoor alle Bashar al-Assad, een president die volledig opgesloten zit in een geheel eigen (gesloten) denkwereld.betrokkenen, zoals Bashar al-Assad (President Syrië), alle Regeringsleiders van de 28 EU-Lidstaten, Recep Tayyip Erdogan (President Turkije), maar ook organisaties als Human Rights Watch en Ammesty International. Allemaal personen en instanties met mooie praatjes, maar oplossingen hebben ze niet. Neem nu Kenneth Roth (president van de Human Rights Watch), evenals Assad het laatst deed in een interview met Recep Tayyip Erdogan, een 'foute president' in de ogen van het westen... maar wat kopen wij daarmee om de oplossing van het vluchtelingenprobleem te blokkeren?Nieuwsuur, heeft ook deze Roth z'n mond vol met zijn eigen gelijk. Assad met zijn verwijzing naar de vele vijanden van zijn regime en Roth met zijn verwijzing naar de Universele Verklaring van de rechten van de Mens en de bestaande (veiligheids-)verdragen binnen de leden van de Verenigde Naties. Allemaal weten we van het bestaan hiervan en allemaal weten we ook van het negeren van deze verdragen: hoe principieel zijn we naar elkaar om deze verdragen ook te respecteren? Nee dus, want voor veel landen hebben we het hier over een dode letter, waarmee je maar raak kunt sjoemelen. Zo'n meneer Roth zal 'de jure' best gelijk hebben, maar in praktische zin is zijn standpunt van nul en gene waarde! Daarom vind ik het hypocriet dat westerse regeringsleiders niet met Erdogan willen samenwerken. Real politik alom, maar nu ff niet? En intussen loopt het aantal verdronken asielzoekers naar ongekende hoogte.

Diderik Samsom probeerde door het voorgaande schimmenspel heen te breken. Maar met het recente plan van hem om kansloze asielzoekers op een veerboot van Griekenland naar Turkije terug te sturen leverde hem per saldo weinig op. Hoe stroperig kan besluitvorming binnen de EU zijn? Intussen stromen de berichten binnen dat achtergebleven asielzoekers (in Turkije) het plan van Samsom toejuichen... al was het alleen maar om daarmee de vele mensensmokkelaars de wind uit de zeilen te nemen. Ra,ra?

Iets anders wat mij enorm stoort, zijn de wetenschappers die graag verwijzen naar bestaande verdragen (w.o. het Schengen- en het Dublinverdrag) die gerespecteerd moeten worden, alvorens zij een oplossing zien. Intussen aan zinloze meningen van journalisten en wetenschappers ook geen gebrek. In Nederland hebben we zelfs een hooglerares "Internationale mensensmokkel", ook deze verschuilt zich volmondig achter bestaande verdragen... maar oplossingen... ho maar! Terwijl zij vast stelt dat de macht van de mensensmokkelaars in deze de grootste boosdoener is... waarom roept zo'n dame dan niet alle hackers in de wereld op om een it-wapen te bedenken waarmee de smokkelaars in Turkije, Libië (waar ook, zelfs in Nederland!) op sociale media (met hun smartphones) geblokkeerd worden?

Tenslotte vraag ik mij af wat de EU van plan is met het stuk grond dat men ooit in Jordanië heeft gekocht? Dat was toch om daarmee een vluchtelingenkamp op te zetten?! Waarom gebeurt er dan niets?

======================================================

Onderwerp voor debat (12)

   Kijk verder in de volgende rubriek "Vereniging 65plus, deel 4".

 

Ede, een Veluwse plattelandsgemeente met grootsteedse ambities. Foto: George de HaanEde, een Veluwse plattelandsgemeente met een archaïsche en monistische bestuurscultuur.